19 augustus 2026
Wanneer een kindje veel te vroeg wordt geboren, staat het leven van ouders volledig op zijn kop. Hun kindje ligt op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) en ineens draait alles om medische zorg, onzekerheid en wachten. Hoe gaat het met mijn kindje? Komt het goed? En wat staat ons de komende dagen, weken of misschien wel maanden te wachten?
De impact van zo’n periode kan groot zijn. Ook nadat een kindje de NICU heeft verlaten, kunnen zorgen en stress blijven. En niet ieder verhaal loopt hetzelfde. Sommige kinderen herstellen goed. Andere kinderen blijven langdurig ziek of overlijden. Voor ouders is een vroeggeboorte in alle gevallen een ingrijpende ervaring.
Om daar meer inzicht in te krijgen, is de landelijke HIPPO-studie opgezet. Om daar meer inzicht in te krijgen, werd de landelijke HIPPO-studie opgezet. Sinds 2020 worden daarin 446 kinderen gevolgd die vóór 29 weken zwangerschap zijn geboren, samen met hun ouders. Ouders uit 217 gezinnen vulden tijdens en na de NICU-opname vragenlijsten in over onder meer posttraumatische stress en depressieve klachten.
Vrienden van het Sophia heeft bijgedragen aan de financiering van dit belangrijke onderzoek. De resultaten laten zien dat de mentale impact aanzienlijk is. Ruim een derde van de moeders en ongeveer een op de zes vaders van te vroeg geboren baby’s heeft na de geboorte symptomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS), blijkt uit onderzoek in alle Nederlandse Neonatale Intensive Care Units.
Deze cijfers laten zien waarom aandacht voor ouders zo belangrijk is. Naast de medische zorg voor het kind, is er ook aandacht nodig voor hoe ouders deze periode doormaken. Meer over de resultaten van de HIPPO-studie lees je in het artikel van het Erasmus MC: Veel ouders van zeer vroeggeboren kinderen hebben ernstige stressklachten.
Onderzoek zoals HIPPO geeft belangrijke inzichten. Maar daarmee zijn we er nog niet. De volgende vraag is: hoe kunnen we ouders beter ondersteunen? In het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis wordt daarom gestart met het Stress Stewardship Programma. Binnen dit programma wordt onderzocht hoe stress bij ouders eerder kan worden herkend en waar mogelijk kan worden verminderd.
Het gaat daarbij niet alleen om de periode waarin een kindje op de NICU ligt. Ook daarna kan ondersteuning belangrijk zijn. Het Sophia wil onderzoeken wat ouders nodig hebben en welke aanpak echt helpt.
“Maar we zijn er nog niet. De komende tijd willen we het programma verder ontwikkelen en onderzoeken wat werkt. Zo kan deze ondersteuning uiteindelijk beschikbaar worden voor meer gezinnen”, vertelt Gerbrich van den Bosch, neonatoloog in het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis.
De HIPPO-studie kon worden uitgevoerd doordat verschillende fondsen eraan bijdroegen, waaronder de Vrienden van het Sophia. Daardoor weten we nu hoe groot deze groep ouders is.
Het Stress Stewardship Programma moet worden ontwikkeld, getoetst en uiteindelijk beschikbaar komen voor alle ouders die het nodig hebben. Dat laatste is nog niet rond. Zo gaat het vaker in het Sophia: een arts weet wat er nodig is en onze donateurs zorgen dat we kunnen beginnen.
Met een gift aan De Allerkleinsten steun je onderzoek en zorg voor de kleinste patiënten van het Sophia.
Doneer hier voor De Allerkleinsten.
